Informatie; van dossier tot systeem
dinsdag 28 juni 2011 00:00
Ik was al vroeg in het ziekenhuis. Mijn huisarts had besloten dat het verstandig zou zijn als ik mijn bloed eens liet controleren. Toen ik zo stond te wachten bij de receptie haalde ik alvast m’n verwijskaart en mijn ponsplaatje te voorschijn. Ik hoorde de dame achter de balie vriendelijk lachen toen ze zei:”die hebben we niet meer nodig meneer”. Vervolgens verscheen er uit de printer een sticker met allemaal streepjes. “Deze sticker met barcode vertelt ons precies wie U bent, en wat U stamgegevens zijn”. Hier keek ik van op. Vanuit mijn oude programmeertijd wist ik nog hoe elk ziekenhuis zijn eigen indeling van een ponsplaatje had, en hoe godsgruwelijk het was om eenduidige software te bouwen die voor meerdere ziekenhuizen geschikt was. Elk ziekenhuis is een individueel huis als het gaat om informatie. Zoveel eigen wensen en vormen. En nu dit; een stickertje vertelt wie ik ben?
“Vroeger”, dacht ik nog. Ja, vroeger werd er een heel dossier meegesleept als je van afdeling bloedprikken naar het laboratorium moest. Een heel karretje met papierwerk werd van afdeling naar afdeling verschoven, teneinde alle informatie bij elkaar te hebben. We mochten namelijk eens missen dat iemand 6 jaar geleden oorpijn aan het linkeroor had gehad. Toen ik de eerste computers zag verschijnen, bouwde elk ziekenhuis een complete zaal waarin beeldschermen, flikkerende kasten en rijen met zogenaamde draaiende schijvenhouders stonden te pronken. De computerzaal was haast groter dan een gemiddelde OK.
Nu past een voorraad van duizenden foto’s op een minuscuul geheugen “stokje”.
Laat maar komen die scans. Doe nog maar een röntgenonderzoek, en laat gelijk de dokter heel zijn analyse inspreken. De techniek kan het aan. En al deze informatie bij elkaar leidt tot een Elektronisch Patiënten Dossier; of wel een informatiebox van Pandora, die wanneer geopend door onbekwame of onbetrouwbare handen kan komen tot de ontsluiting van de meest gruwelijke persoonlijke geheimen. Het gemak van een elektronisch dossier is dat je het kunt delen met medeverzorgers. Dat je andere partijen inzage kunt geven in het fysieke en psychische welzijn van een individu, en in eventuele medicamenten die gebruikt worden. Da’s wel zo handig voor een andere behandelaar.
Maar terwijl ik zo naar mijn stickertje sta te kijken, vraag ik me af of dit nu wel is wat ik zelf wil? Mijn gesprekken met een dokter zijn toch vertrouwelijk? Hoe weet ik nu naar wie mijn gegevens verstuurd worden, en waarom dan? Ik zie me al bij mijn eerste de beste aankoop van een nieuwe auto,”tsja meneer, Uw medisch dossier wijst uit dat wij afzien van een mogelijke transactie”. Maar het is toch MIJN dossier, het gaat toch over informatie over mijn persoon? Heb ik dan helemaal geen controle meer?
Gelukkig zijn die signalen ook doorgedrongen tot de politiek. Het was al te kort door de bocht om mensen zelf kenbaar te laten maken dat ze hun gegevens NIET in zo’n EPD willen hebben. Het gaat er ook om welke partijen waarom en wanneer toegang krijgen tot deze uiterst privacy gevoelige gegevens. Minister Klink heeft vooralsnog tot uitstel besloten. “Enkele maanden slechts”, zoals hij beweert. Het zal er uiteindelijk toch van komen.
Zoals de camera’s registreren waar we rijden op de snelweg, de ‘cookies’ op je PC registreren welke sites je bezoekt, en je pinpas sporen achterlaat omtrent je koopgedrag. Zo zal nu het EPD blootleggen hoe we er fysiek en psychisch voor staan. Gelukkig bestaat Big Brother alleen maar in Amerika.
Door Sonn Franken, kwaliteitsfunctionaris 't Lange Land Ziekenhuis Zoetermeer.
Ik was al vroeg in het ziekenhuis. Mijn huisarts had besloten dat het verstandig zou zijn als ik mijn bloed eens liet controleren. Toen ik zo stond te wachten bij de receptie haalde ik alvast m’n verwijskaart en mijn ponsplaatje te voorschijn. Ik hoorde de dame achter de balie vriendelijk lachen toen ze zei:”die hebben we niet meer nodig meneer”. Vervolgens verscheen er uit de printer een sticker met allemaal streepjes. “Deze sticker met barcode vertelt ons precies wie U bent, en wat U stamgegevens zijn”. Hier keek ik van op. Vanuit mijn oude programmeertijd wist ik nog hoe elk ziekenhuis zijn eigen indeling van een ponsplaatje had, en hoe godsgruwelijk het was om eenduidige software te bouwen die voor meerdere ziekenhuizen geschikt was. Elk ziekenhuis is een individueel huis als het gaat om informatie. Zoveel eigen wensen en vormen. En nu dit; een stickertje vertelt wie ik ben?
“Vroeger”, dacht ik nog. Ja, vroeger werd er een heel dossier meegesleept als je van afdeling bloedprikken naar het laboratorium moest. Een heel karretje met papierwerk werd van afdeling naar afdeling verschoven, teneinde alle informatie bij elkaar te hebben. We mochten namelijk eens missen dat iemand 6 jaar geleden oorpijn aan het linkeroor had gehad. Toen ik de eerste computers zag verschijnen, bouwde elk ziekenhuis een complete zaal waarin beeldschermen, flikkerende kasten en rijen met zogenaamde draaiende schijvenhouders stonden te pronken. De computerzaal was haast groter dan een gemiddelde OK.
Nu past een voorraad van duizenden foto’s op een minuscuul geheugen “stokje”.
Laat maar komen die scans. Doe nog maar een röntgenonderzoek, en laat gelijk de dokter heel zijn analyse inspreken. De techniek kan het aan. En al deze informatie bij elkaar leidt tot een Elektronisch Patiënten Dossier; of wel een informatiebox van Pandora, die wanneer geopend door onbekwame of onbetrouwbare handen kan komen tot de ontsluiting van de meest gruwelijke persoonlijke geheimen. Het gemak van een elektronisch dossier is dat je het kunt delen met medeverzorgers. Dat je andere partijen inzage kunt geven in het fysieke en psychische welzijn van een individu, en in eventuele medicamenten die gebruikt worden. Da’s wel zo handig voor een andere behandelaar.
Maar terwijl ik zo naar mijn stickertje sta te kijken, vraag ik me af of dit nu wel is wat ik zelf wil? Mijn gesprekken met een dokter zijn toch vertrouwelijk? Hoe weet ik nu naar wie mijn gegevens verstuurd worden, en waarom dan? Ik zie me al bij mijn eerste de beste aankoop van een nieuwe auto,”tsja meneer, Uw medisch dossier wijst uit dat wij afzien van een mogelijke transactie”. Maar het is toch MIJN dossier, het gaat toch over informatie over mijn persoon? Heb ik dan helemaal geen controle meer?
Gelukkig zijn die signalen ook doorgedrongen tot de politiek. Het was al te kort door de bocht om mensen zelf kenbaar te laten maken dat ze hun gegevens NIET in zo’n EPD willen hebben. Het gaat er ook om welke partijen waarom en wanneer toegang krijgen tot deze uiterst privacy gevoelige gegevens. Minister Klink heeft vooralsnog tot uitstel besloten. “Enkele maanden slechts”, zoals hij beweert. Het zal er uiteindelijk toch van komen.
Zoals de camera’s registreren waar we rijden op de snelweg, de ‘cookies’ op je PC registreren welke sites je bezoekt, en je pinpas sporen achterlaat omtrent je koopgedrag. Zo zal nu het EPD blootleggen hoe we er fysiek en psychisch voor staan. Gelukkig bestaat Big Brother alleen maar in Amerika.
